Als je familie dood gaat en dan?

Mijn familie, mijn moeder Josefien, vader Hans, zus Karin, mijn schoonmoeder Annie en mijn (stief)vader Rob zijn allemaal overleden. Daarnaast ook mijn opa’s en oma’s.

Ik heb geleerd, hoe verdrietig het ook is, na een periode van rouwen gaat het  leven toch weer door.


Mijn verhaal begint bij het overlijden van mijn moeder.

Mijn moeder kreeg op haar 48ste borstkanker. Ik was toen zwanger van mijn zoon. De borstkanker beheerste haar leven, ze stond er mee op en ging ermee naar bed.

In die tijd sprak je niet over kanker maar men zei; “ze heeft K”.

Wat mij een eenzaam gevoel gaf, want met wie kon ik er over praten?

Ze belandt in een achtbaan van emoties die niet meer stopte. Ook kreeg ze geen tijd om te wennen aan de nieuwe situatie.

Mijn moeder was een zeer sterke vrouw en vocht twee jaar lang voor haar leven. Mijn zoontje was net 2 geworden toen ze overleed.

Gelukkig was ze verlost van het lijden. Want o wat kan een mens ziek zijn!

Mijn zus Karin was 13 jaar toen ze ziek werd.

Ik kan me nog goed herinneren toen ik als meisje van elf jaar te horen kreeg dat mijn zus heel ziek was, ze had een hersentumor.

Na haar 1ste hersenoperatie gingen we samen met mijn moeder en (stief)vader haar bezoeken.

Ik zie haar nog liggen in het ziekenhuisbed met verband om haar hoofd, ik viel bijna flauw.

In die tijd wisten ze nog weinig.

Op 39 jarige leeftijd is Karin na drie hersenoperaties overleden. Dit is alweer 26 jaar geleden.

Mijn lieve schoonmoeder Annie. Ik kende mijn huidige man Gert nog maar net, onze relatie was nog heel pril. Bij de eerst ontmoeting met zijn moeder was er meteen een klik tussen ons.

Wat een lieve vrouw en ze had veel meegemaakt in haar leven, dat kon je zien aan haar.

Met kerst werden we gebeld, dat zij met spoed naar het ziekenhuis was gebracht, haar hart!

Na een gevecht voor haar leven heeft ze, na twee hartoperaties en een darmoperatie binnen 4 dagen, het na 4 maanden op de IC te hebben gelegen, niet gehaald.

Vier maanden lang gingen we elke dag naar de IC. Ze kon niet meer en wilde niet meer. Ze was op!

Ik heb zoveel bewondering voor haar, wat kon die lieve vrouw vechten voor haar leven. De 8 maanden dat ik haar gekend heb voelde aan als 8 jaar. Een lange tijd kon ik er niet over praten zonder te gaan huilen.

Mijn (stief)vader leerde ik kennen op mijn 9de. Hij heeft mij eigelijk opgevoed.

Hij leed de laatste jaren van zijn leven aan de ziekte van Alzheimer. Ik werd al snel mantelzorger. In de eerste 5 jaar van zijn ziekte woonde hij nog alleen in Amsterdam-Zuid.

Voor die tijd werkte hij jaren lang als drogist samen met mijn moeder, waar hij tot haar dood zielsgelukkig mee was. Het was echt een liefdeskoppel.

Zelfstandig wonen in Amsterdam ging niet meer, en zo ging hij verhuizen naar een verzorgingstehuis in Hilversum op de gesloten afdeling, waar hij 5 jaar gewoond heeft met zeer liefdevolle verzorgende mensen om hem heen.

Mijn (stief)vader was niet gemakkelijk. Hij was een belezen man die sterke onafhankelijke en eigenwijs was.  Maar dat begreep ik wel, want als je het Jappenkamp heb meegemaakt, zegt dat wel genoeg.

Het verzorgingstehuis was wennen, terwijl hij zelf ook echt wist dat hij niet meer alleen in Amsterdam kon wonen. Dat werd echt te gevaarlijk.

Soms zaten we samen op een bankje te huilen omdat we wisten dat er geen weg meer terug was.

Toch bloeide mijn (stief)vader op. Hij deed mee aan de krantenclub en kon weer praten over politiek. Johan, één van de verzorgende, nam hem onder zijn hoede en mijn (stief)vader vond het geweldig.

Hij hielp met het opmaken van bedden en werkte in de tuin, allemaal op zijn manier. Hij was onder gelijk gestemde en hij had weer een doel.

Met kerst zat hij in zijn smoking aan het kerstdiner en danste met vele dames. Geweldig toch!

Het laatste jaar ging hij zo snel achteruit dat ik merkte dat hij niet meer wilde leven. Maar euthanasie zat er niet in, terwijl hij dat zeker had gewild.

Want het alzheimer leven was voor hem niet meer een menselijk bestaan.

Hij wist niets meer en kon niets meer. Hij wist niet meer hoe hij op een stoel moest gaan zitten of koffie kon drinken.

Als ik iets geleerd heb in dit leven, is dat dood gaan, bij het leven hoort. Hoe moeilijk en verdrietig het ook is.

Je zou kunnen zeggen dat ik een ervaringsdeskundige ben geworden.

Ik verwerk door dingen te gaan regelen. Zo vind ik het heel belangrijk dat er een mooi afscheid is. Ik maak een mooie video met foto’s van vroeger, regel ik de muziek en geef een toespraak waarin ik afscheid kan nemen.

Na de crematie viel ik in een gat van verdriet. Of ik nu wilde of niet, ik stond op met verdriet, en ging naar bed met verdriet.

Na twee á drie weken vragen mensen niet meer hoe het met je gaat.

Het leven is weer doorgegaan. En dat moet ook.

Rouwen hoort bij het leven en daar heb je ook recht op. Als je denkt dat hoeft niet bij mij, dan komt het later op je pad. Je zal er mee geconfronteerd worden of je wil of niet.

Het duurde bij mij 3 maanden voordat ik mijn leven weer echt kon oppakken. Dat ik mijzelf weer terug had gevonden.

Een enthousiaste, vrolijke ondernemende vrouw.

Er waren momenten dat ik tegen mijn man zei; ik wil mijn leven terug.

Hoe zwaar het soms ook mag zijn, ik merk toch, doordat ik nu 60 jaar jong ben, ik het allemaal beter kan dragen.

Na het overlijden van mijn (stief)vader pakte ik mijn tijd als ik verdrietig was, dan ging ik op de bank Netflix kijken met een kop thee en koekjes.

Rouw niet om de dood maar vier het levenToekomst

Ik werkte wanneer ik me sterk voelde en dat was goed. Soms werd ik wakker met een verdrietig hart en in de middag zat ik te lachen met mijn lieve man die mijn steun en toeverlaat is.

Alles wat ik in mijn leven heb meegemaakt heeft me gevormd tot wie ik nu ben. Als ik coach hoor ik vaak dat ik me goed kan verplaatsen in iemands verdriet. Men voelt zich vaak goed begrepen.

Ik ben niet gelovig maar ik heb wel mijn eigen manier gevonden om hier mee om te gaan. Zo geloof ik dat ze met z’n allen feest aan het vieren zijn daarboven. En soms voel ik de aanwezigheid van mijn zus.

Of het waar is of niet, maakt mij niet uit. Het helpt mij en daar draait het om.

Ik ben dankbaar voor alles wat ik in mijn leven heb, familie en gezondheid en heb zeer veel bewondering voor wat ze hebben doorstaan.

Mijn vader zou zeggen; Rouw niet om de dood, maar vier het leven. “Not to mourn death, but celebrate life”.

Ik hoop dat mijn verhaal steun bied.

Hoe moeilijk het nu ook is, er komt een tijd waar je het leven weer kan leven. Met de mooie herinnering van je lieve familie zoals jij dat wil.

Liefs Ellen



Over de schrijver
Reactie plaatsen